Schaduw, water en steen

De afgelopen tijd heb ik een aantal bijzondere reizen mogen maken waarbij tuinen en architectuur natuurlijk nooit ver weg zijn. Wat deze reizen extra bijzonder maakte, was het gezelschap waarmee ik ze beleefde.

Istanbul bezocht ik met twee collega-architecten uit München en Turijn. Ruim twintig jaar geleden leerden we elkaar kennen tijdens een studie-uitwisseling in Parijs en sindsdien plannen we elk jaar een stedentrip samen. Samen door een stad als Istanbul dwalen betekent niet alleen genieten van het weerzien met elkaar, maar ook samen kijken naar de architectuur, discussiëren en vergelijken.

Marrakech bezocht ik samen met mijn 78-jarige moeder. Zij werd als Française geboren in Algerije en is na haar vertrek nooit meer teruggekeerd naar Noord-Afrika. Marrakech bracht haar geen directe herinneringen aan een specifieke plek terug, maar wel aan een sfeer die ze kende uit haar jeugd: de markten, de mensen op straat, de kleine kraampjes met leren pantoffels en zelfs de koosnamen waarmee de vrouwen in onze riad elkaar aanspraken. Het was bijzonder om die herkenning telkens weer in haar ogen te zien en de verhalen van vroeger te horen.

Onze reis naar Egypte begon heel anders. We wilden onze kinderen leren kitesurfen aan de Rode Zee en hadden vooral een actieve gezinsvakantie voor ogen. Maar onze middelste zoon had één duidelijke voorwaarde: “Als we naar Egypte gaan, wil ik wel de piramides zien.” Wat begon als een surfreis bracht ons uiteindelijk naar het enige overgebleven wereldwonder uit de oudheid en misschien wel het indrukwekkendste bouwwerk dat ik ooit heb gezien.

Ondanks de grote verschillen tussen Istanbul, Marrakech en Caïro ontdekte ik tijdens deze reizen dat steeds dezelfde elementen opvallend terugkomen in de architectuur en tuinkunst: schaduw als comfort in de hitte, water als bron van leven en verkoeling, en steen als drager van eeuwenoude geschiedenis.

Istanbul

Istanbul is een stad die letterlijk twee werelden met elkaar verbindt. De Bosporus verdeelt de stad in een Europees en een Aziatisch deel en vormt de verbinding tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara. Vanaf de vele rooftop-restaurants, maar ook tijdens een boottocht op de Bosporus kun je goed zien hoe de stad zich uitstrekt over beide oevers, met een indrukwekkende skyline van koepels, minaretten en paleizen middenin de woonwijken.

Wij verbleven in het Europese deel van de stad, waar zich veel van de bekende historische bezienswaardigheden bevinden. Het is het oude hart van de stad, waar eeuwen van Byzantijnse en Ottomaanse geschiedenis nog overal zichtbaar zijn. De smalle straatjes, drukke bazaars en levendige pleinen vormen een fascinerende mix van Europa en Azië, van oud en nieuw. Het is de enige van de drie steden waar we ook moderne architectuur middenin het centrum aantroffen: het Istanbul Modern van Renzo Piano aan de oever van de Bosporus. Vanaf het gebouw is er een indrukwekkend uitzicht op zowel het water als de stad. Het gehele dak van het lagere bouwdeel is bedekt met een dunne laag water, waardoor het lijkt alsof de Bosporus zich voortzet over het gebouw.

Overal herinneren natuursteen, marmer en eeuwenoude muren aan de lange geschiedenis van een stad die ooit bekendstond als Byzantium en later Constantinopel. Het straatbeeld wordt gedomineerd door koepels, moskeeën, paleizen, binnenplaatsen, fonteinen en Ottomaanse tuinen. Het water van de Bosporus geeft de stad zijn eigen identiteit. De bruggen die de verschillende stadsdelen met elkaar verbinden staan vol met vissers. De gevangen vissen worden direct in kraampjes op straat gegrild en verkocht. Boten varen tussen de stadsdelen en door het water zijn alle delen van de stad goed zichtbaar.

“Eigen identiteit”

In Istanbul zijn de vele moskeeën goed te bezoeken als toerist. Waar in Marrakech de moskeeën verboden zijn voor niet-moslims, zijn ze in Istanbul toegankelijk en raakten we in gesprek met bewoners die ons uitgebreid vertelden over de historie en gebruiken. We zijn dan ook talloze moskeeën in geweest en steeds weer waren we verbaasd over de prachtig versierde koepels, houtsnijwerken, mozaïeken en de manier waarop het licht gevangen wordt in de koepel en op de binnenplaatsen.

Marrakech

De oude historische stadskern, de Medina, is door UNESCO uitgeroepen tot beschermd werelderfgoed. De door stadswallen omgeven Medina werd gesticht in 1077 en het voelt alsof je een stap terug in de tijd zet.

De vaak sobere gevels zijn voornamelijk gebouwd van adobeklei en hebben weinig, vaak kleine ramen. Af en toe vingen we, wanneer een deur openging, een glimp op van de prachtige binnenplaatsen die zich daarachter verschuilen. Dat staat in schril contrast met veel Europese steden, waar gevels juist rijkelijk versierd zijn om welvaart en status te tonen.

Het geeft een mysterieuze sfeer wanneer je door de Medina dwaalt. Je wordt telkens weer verrast zodra je achter de gevels mag kijken, bijvoorbeeld in de beroemde paleizen, de riads waarin tegenwoordig vaak kleine hotels zijn gevestigd, en de vele binnentuinen die te bezoeken zijn. Voor mijn moeder was het bovendien een wandeling door herinneringen. Niet naar een specifieke plaats, maar naar een vertrouwde Noord-Afrikaanse sfeer die zij sinds haar jeugd niet meer had ervaren.

De binnenplaatsen en tuinen zijn versierd met talloze mozaïeken op vloeren, wanden, plafonds en fonteinen. Deuren zijn rijk gedecoreerd met houtsnijwerk en heldere kleuren steken prachtig af tegen de blauwe lucht en het frisse groen van de beplanting.

De tuinen zijn voorzien van waterbassins die vaak ook een irrigatiefunctie hebben, met een netwerk van waterloopjes door de hele tuin. Ook in de riads en binnenplaatsen is vrijwel altijd water aanwezig ter verkoeling, in de vorm van een zwembadje, fontein of eenvoudig bassin.

“Netwerk van waterloopjes”

Omdat de zon hoog staat en de lucht vrijwel altijd helderblauw is, speelt schaduw een belangrijke rol in het ontwerp van gebouwen en tuinen. Overdekte galerijen omringen de binnenplaatsen, terwijl hoge beplanting, prieeltjes en koepels voor beschutting zorgen in het hart van de tuin.

Caïro

Onze laatste reis bracht ons naar Egypte. Na een week kitesurfen en een prachtige woestijntocht reisden we door naar Caïro, met als absoluut architectonisch hoogtepunt – zowel letterlijk als figuurlijk – de Piramides van Gizeh.

Dit enige overgebleven wereldwonder uit de oudheid bezit een schaal en magie die nauwelijks in woorden te vatten zijn. Je kunt het eigenlijk alleen ervaren wanneer je er zelf naast staat.

De Grote Piramide van Gizeh bestaat uit ongeveer 2,3 miljoen blokken kalksteen. De afmetingen zijn zo indrukwekkend dat je je er onvermijdelijk klein naast voelt. Een slapende straathond boven op de piramide leek niet meer dan een vlieg tegen een muur. Onze jongste zoon merkte op dat dit bouwwerk wel door reuzen gebouwd moest zijn. Daar heeft hij ergens wel een punt.

Ondanks alle theorieën die er bestaan, blijft het een raadsel hoe men dit monument 4.500 jaar geleden heeft kunnen bouwen. Juist die ongrijpbaarheid draagt bij aan de magie die eromheen hangt. Het is adembenemend – en zelfs letterlijk wanneer je besluit naar binnen te gaan.

De smalle gangen die naar de koningskamer leiden zijn soms zo laag dat je bijna kruipend omhoog moet. Er is weinig zuurstof en de lucht is muf en warm. Daar, diep in het binnenste van de piramide, werd de betekenis van steen als drager van geschiedenis bijna tastbaar. Geen gebouw dat ik ooit bezocht heeft de tijd zo voelbaar gemaakt.

“Het is adembenemend”

De koepels van Istanbul, de verborgen binnenplaatsen van Marrakech en de piramides van Gizeh hebben allemaal hun eigen indruk achtergelaten. Het zijn bijzondere plekken, niet te vergelijken met andere steden die ik ooit heb bezocht. Die eerste momenten van verwondering beleef je maar één keer. Juist daarom was het zo bijzonder om ze te kunnen delen met oude vrienden, mijn moeder en mijn gezin.